Every home needs a gnome
Zo ook ons huisje. Het was saai zonder kabouter. Het huis was zielloos. Geen kabouter, geen thuis. Dus ook ons huisje moest er één hebben. Een lieve. Een zorgzame. Maar ook een rustig type. Ik ben zelf al druk genoeg. Een lieve, rustige, mooie, vriendelijke, liefhebbende kabouter. Ik zocht in de tuin. Helaas zonder resultaat. Alleen maar tuinkabouters. Je weet wel, die irritante met een schepje of kruiwagentje. Getekend door het weer. Uitgeleefd door het harde werk. Nee, zo’n kabouter zocht ik niet. Dus naar het bos. Ook daar vond ik niet wat ik zocht. Alleen boskabouters. Kabaalmakers, die praatten met dieren. Die bomen verzorgden met kettingzaagjes, dammen in beekje aanlegden. Ze waren vies, hun laarzen onder de modder en altijd ruikend naar wilde dieren. Nee. Dat was niets voor ons. Dus moest ik zelf aan de slag.

