Er was eens een lijfje dat was niet zo blij,
Op zich niet zo erg, het was alleen van mij
Het piepte en kraakte
Zeurde of was lek
Het zat vast
Of vol emoties die raakte
Precies de zere plek
Botjes die knakken
Spieren verstijfd
Al lang niet meer zo snel
Hopend dat mijn hart
Wel netjes kloppen blijft
En pruts in mijn laatste paar haren
Nog een half potje gel
De jaren verstrijken
De tijd kruipt voorbij
Mijn lichaam anticipeert
Maar doet ie dat wel op mij?
Zo oud ben ik niet
Op de helft wellicht
Misschien daarom wel
Dat ik me op de marathon
Van New York richt
Al piepend en steunend
Krakend en puffend
Zuchtend en hijgend
Al heb ik dat zelf niet meer zo door
Het was iets met mijn gehoor
Dat ik het breken van mijn botten
Al lang niet meer hoor
Ik kijk in de spiegel
Zie een Goddelijk knappe man
Trost en fier
Sterk en krachtig
Vol in het licht
Dan knipperen mijn ogen
Was er iets mis met mijn zicht?
Ach ja, al die gebreken
Al is al jaren gebleken
Het is liefde die tijd overwint
Doof, mank of blind
Kon je toch tot bezinnen
Echte schoonheid zit van binnen

