Al drie dagen kijk ik naar mijn aanrecht. En soms voelt het alsof mijn aanrecht terugkijkt. Het staat vol. Borden half opgestapeld, glazen, bestek en wat snijafval in de gootsteen. Pannen op het fornuis. En ook daar staan borden opgestapeld, balancerend op een deksel. De vraag is hoe lang het gaat duren voordat de zooi naar beneden dendert.
Tussen ieder bord ligt een vork geklemd, omdat ik te beroerd was deze te verzamelen voor het afruimen. Her en der ligt nog een plasticje, een zakje, resten van het eten en geknoeide ranja naast de gebruikte koffiepads. Het afvalemmertje op het aanrecht is bomvol. Vandaar ook dat de rest van het aanrecht benoemd is tot afvalverzamelplaats. De vaatwasser is bomvol. En nog niet uitgepakt. Vandaar ook dat het aanrecht benoemd is tot afwasverzamelruimte. De kasten zijn vol, vandaar ook dat het aanrecht benoemd is tot opslagruimte van flessen ranja, bubbelwater en kattenvoer. De mixer ligt er ook ergens tussen.
Op zich is allemaal geen probleem, totdat ik koken wil. En er achter kom dat er en geen pannen zijn om in te koken. Er geen borden zijn om van af te eten en ik waarschijnlijk (buiten) moet barbecueën, daar het fornuis nu even geen optie is om te gebruiken. Dit is dan zo’n moment dat het ergste dat ik vrees uitkomt. Er moet opgeruimd worden. Er moet worden schoongemaakt en afgewassen. En hoewel mijn studententijd (ver)achter me ligt voelt het toch nog steeds heerlijk zo te leven. Ik kijk op de corveelijst. Ah, niet mijn beurt. Deze corveelijst heb ik namelijk net vanmorgen gemaakt. En ik ben pas over drie weken aan de beurt, eerst zijn mijn kinderen en mijn vriendin aan de beurt. Vervolgens mag mijn hond het proberen en dan pas…. Dan pas ben ik. Voor nu dus even geen schoonmaakzorgen en geen gedoe. Ik zie naast de corveelijst de boodschappenlijst. Deze is net zo lang als de corveelijst van een half jaar.
Er zit niets anders op. Ik leg mijn gitaar aan de kant en bestel een pizza.

